De shuttle

De Pluimbal, oftewel tegenwoordig “de shuttle” genoemd, is het onderdeel naast het badmintonracket dan je nodig hebt om een potje badminton te kunnen spelen. Shuttles zijn er in twee soorten, gemaakt van veren en van nylon (plastic). Beide zijn tegenwoordig voorzien van een kurkendop omtrokken met een dun lapje leer.

Beide shuttles dienen aan bepaalde regels te voldoen, om officiële wedstrijden mee te spelen. De lengte van de veertjes moet bijvoorbeeld tussen de 62 en 70mm liggen en het gewicht tussen de 4,74 en 5,50 gram.

Maar wat zijn nu de echte verschillen tussen een veren- en nylonshuttle?


De Verenshuttle

De verenshuttle is over het algemeen opgebouwd met ganzenveren, maar kunnen o.a. ook zijn samengesteld met eendenveren, zoals Yonex bijvoorbeeld al een aantal types heeft geproduceerd. De ganzen- en eendenveren zijn natuurlijk natuurproducten en kan de kwaliteit van een shuttle bepalen. Vaak worden de dikkere delen van een veer gebruikt voor de betere shuttle, waar het dunnere gedeelte wordt toegepast bij bijvoorbeeld trainingsshuttles.

Een verenshuttle behoort altijd uit 16 veren te bestaan, die zowel uit de linker- als rechtervleugel kunnen komen. De betere merken zullen nooit een linker en rechter veer gebruiken in een en dezelfde shuttle. Dus zijn het 16 veren uit de rechter OF linker vleugel waarmee een verenshuttle wordt samengesteld. Als linker en rechter veren door elkaar in één shuttle worden gebruikt, heeft dat effect op de vluchteigenschappen van de shuttle.

Een shuttle die is samengesteld met ganzen- of eendenveren heeft, zoals men dat zegt, een natuurlijke vlucht. De shuttle zweeft goed en zal op het hoogste punt een duidelijke duik naar beneden maken. Bijna rechtlijnig naar de vloer, wat bij een nylonshuttle vaak gebeurt met een iets ruimere bocht op het hoogste punt.

Een natuurlijk vlucht wordt ook gezien als dat de shuttle een mooie lijn vliegt, nadat deze is geslagen. Geen wiebelingen tijdens de vlucht, dus stabiel zijn weg baant door de lucht.

Omdat een veer kwetsbaar is, zal de shuttle een niet al te lange levensduur hebben. Door het vele slaan, wordt de shuttle vaak van vorm verandert. Hoe beter de kwaliteit van de veren zijn, hoe langer zijn levensduur zal zijn. Nu kun je handmatig de levensduur van de veren verlengen, door ze te prepareren. Dit kun je o.a. doen door te stomen. Echter bij het bevochtigen van de shuttle zal je de vluchteigenschappen veranderen. Zeker als er te veel vocht wordt aangebracht op de shuttle, waardoor de shuttle zwaarder wordt en dan ook sneller zal gaan vliegen. Ook zal de shuttle zachter worden, de lijm op de veren zal soepeler worden en de shuttle verliest zijn eigenschappen.

Dus prepareren moet je eigenlijk alleen toepassen op “slechtere” shuttles, om zo de levensduur te verlengen. De betere shuttles hoef je echt niet te prepareren.

Ook past (meestal) het gezegde “Goedkoop is duurkoop” ook bij de aanschaf van een verenshuttle. Hoe goedkoper je shuttle, hoe slechter de veer die gebruikt is bij het samenstellen van de shuttle (met uitzonderingen daargelaten). Ook geldt dit voor de kurk die is toegepast op de shuttles. Hoe goedkoper de shuttle, hoe zachter vaak de kurk zal zijn.

Denk hier goed bij na, als je de volgende keer verenshuttles gaat kopen.


De Nylonshuttle

Een shuttle van plastic, tja, vroeger werd daar in het district heel vaak nog meegespeeld. Vele oudere badmintonners kunnen zich dan ook nog de Carlton International herinneren. Een shuttle, die geheel uit plastic was opgebouwd, dus ook de dop. Je kan ze overigens nog steeds kopen onder de naam “C100” van Carlton.

Vele jaren later kwam Yonex met een revolutionaire shuttle, de Mavis 300. Dat was een shuttle met een dop van kurk (zoals van de verenshuttle), waarbij de veren waren vervangen door een nylon rok (plastic huls). Deze shuttle kwam als geroepen, omdat steeds meer district spelers met echte verenshuttles wilde gaan spelen. De overstap was vaak enorm, van nylon naar veren. Maar door de Mavis 300 werd deze kloof wat kleiner.

De vlucht van deze shuttle kwam dan ook al dichter in de buurt als die van een verenshuttle. Later bracht Yonex ook de Mavis 500 uit en kwamen andere merken ook met een vergelijkbare shuttle.

Tot op de dag van vandaag is de Mavis 300 een zeer populaire shuttle en wordt deze bij de meeste clubs in de districtswedstrijden toegepast.

Omdat de veren zijn vervangen door een plastic huls (lees nylon rok) is de duurzaamheid van de shuttle vele malen hoger dan die van een verenshuttle. Je kan hier dan makkelijk meerdere wedstrijden meespelen, terwijl een goede verenshuttle hooguit een setje kan volhouden. 

Echter voelt een nylonshuttle lichter aan bij het slaan, dan een verenshuttle. De vlucht is minder natuurlijk en zal er eerder een afwijking zijn in de baan van de shuttle.

Verder zal een nylonshuttle ook moeten voldoen aan de eisen die in het reglement zijn vast gelegd, met uitzondering van de veren die bij deze zijn vervangen door kunststof (nylon). Ook is het nog geen één merk gelukt om een kunststof-shuttle te maken, die exact de eigenschappen heeft als die van een verenshuttle. Men is hier tot op de dag van vandaag (2013) nog druk mee bezig en diverse merken wagen zich zo nu en dan eens aan de uitdaging om weer eens wat uit te proberen.


De snelheid

Voor elke badmintonner is het belangrijk dat een shuttle niet te snel is, waardoor men dan te makkelijk de shuttle over de achterlijn zou slaan. Maar te traag is ook zeker niet gewenst.

De snelheid van de shuttle is medebepalend door de temperatuur in de sporthal. Een constante temperatuur van 17-18 graden, zou dan ook gewenst zijn. Daarbij zou de medium snelheid van bijna elk merk toe te passen zijn. Bij een verenshuttle wordt die aangegeven met getallen (speed 77), waar het bij een nylonshuttle met de kleur blauw aangegeven zal worden.

Als het nu warmer in de zal wordt, bijvoorbeeld ’s zomers, dan zou je een tragere shuttle moet gaan gebruiken. Hoe warmer het is de zaal is, hoe sneller je shuttle zal worden. Dus zou je bij een nylonshuttle de kleur Groen moeten toepassen.

Bij een veren shuttle zou dat dan weer speed 76 zijn. Echter worden deze in Nederland haast niet gebruikt en/of verkocht. De meeste clubs spelen dan ook standaard met speed 77

Omdat de competitie in het najaar en winter gespeeld worden hier in Nederland, merk je dat er ook een verschuiving is qua snelheden. vele sporthallen zijn in de winter vaak kil en koud. De luchtvochtigheid is laag en de shuttles zijn dan traag.

Voor deze situatie wordt dan vaak verlangt naar een snellere shuttle en schaft men de speed 78 aan voor deze periode van het jaar.

Bij nylonshuttle zie je dat wat minder. Standaard spelen de meeste clubs met de medium (blauwe) shuttle. Soms wijkt men nog af om met de slow (groen) te gaan spelen. Maar de rode (fast) komt nagenoeg niet voor in Nederland.


Trager maken van een shuttle

Bij het lezen van de titel, snappen de verenspelers meteen wat er bedoelt wordt. Want als een verenshuttle te snel is, kun je deze trager maken d.m.v. met je nagels in de top van de veren een klein knikje te maken. Het uiterste puntje van de veren, zal hierdoor naar buiten buigen en de shuttle heeft hierdoor meer luchtweerstand en zal trager gaan vliegen.

Het toppen zal je gelijkmatig moeten aanbrengen, zoals bijvoorbeeld om de vier, om en om of allemaal. Dit alles afhankelijk van de te veel snelheid die de shuttle heeft. 

Wat vele badmintontonners niet weten, is dat je een verenshuttle ook sneller kan maken. Je dient dan de topjes niet naar buiten te laten knikken, maar juist naar binnen. Echter wordt dit niet vaak toegepast, ook door het niet wetende dat dit mogelijk is.

Bij een nylonshuttle is dat allemaal wat moeilijker, gezien je het soepele plastic wel kan ombuigen, maar het dan niet zo blijft staan. Vaak zie je dan spelers de shuttle met de bovenkant tegen de vloer drukken, waardoor de shuttle zal om buigen. Daarna brengen ze de shuttle weer terug in de oude staat, waar je dan toch zal zien dat deze iets wijder is gaan staan.

Ook wordt er vaak met een elleboog in de achterkant geduwd, zodat deze wederom wijder wordt. Dit alles is echter van korte duur, gezien het nylon de eigenschap heeft terug te gaan naar de originele vorm. tevens is het ook niet bevorderlijk voor de shuttle en de vluchteigenschappen.


Het bewaren van de shuttle

De een legt zijn verenshuttles op zolder, de ander in de schuur of in de kast van de slaapkamer. Dit alles kan effect hebben op de shuttle, omdat er vaak temperatuurwisselingen optreden. Want op zolder is het in de winter vaak koud en in de zomer bloedje heet.

De beste opslagplaats voor verenshuttles is eigenlijk toch wel gewoon in de sporthal, bijvoorbeeld in de verenigingskast. maar ja, je gaat daar natuurlijk je eigen gekochte shuttles niet in opbergen. Andere kunnen er dan ook makkelijk gebruik van maken en is de enige denkbare optie bij je eigen thuis.

Ook voor de nylonshuttles is het aan te raden deze op te slaan in de verenigingskast in de sporthal, zodat ook hier nauwelijks temperatuursverschillen zullen optreden.